Siejoe Daily
 

Wat een avond

Je hebt van die avonden. Die achteraf zonder overdrijven legendarisch blijken te zijn. Van die avonden waar je jaren later nog tegen vrienden en vreemden over verhaalt. En telkens kleine mooie dingen herontdekt als je de avond herbeleefd. Waarvan je je beseft dat er niet genoeg van die avonden zijn, dat je ze moet koesteren, vastleggen, voor altijd bewaren.

Het is 2018, december en koud. Op weg naar Buren. Nog nooit geweest. Op de valreep horen we dat W.A. Van Buren, de schuilnaam waaronder Willem Alexander in 1985 de Elfstedentocht reed, haar herkomst heeft in dit stadje.

Het stadje is al afgesloten voor verkeer als we er aan komen. We doen nog een tevergeefse poging om dichterbij te parkeren, maar uiteindelijk parkeren we de auto bij de lokale supermarkt buiten het stadje. We vragen de weg bij een vriendelijke verkeersregelaar die ons de kortste omweg wijst en al snel wandelen we haar straatjes in. De Kerkstraat, zal ongetwijfeld bij de kerk zijn en juist die laatste weet zich lastig te verbergen met haar toren. De kaarsjes zijn al aan in de verschillende woonkamers, vuurkorven branden vrolijk, het stadje warmt zich op voor Buren bij Kaarslicht. Navraag leert ons dat we in het juiste straatje zijn en al snel vinden we het juiste huisnummer. Onze bestemming bevindt zich aan een te schattig pleintje, waar bewoners vuurkorven hebben staan, een kraampje op eigen gemaakte Gluhwijn wacht en een drumstel staat te bibberen onder een partytent.

Zelden in een huis gekomen, waar je je meteen thuis voelt en toch dingen ontdekt. Vanuit alle ramen heb je historisch uitzicht op het kerkje waar Willem van Oranje met Anna van Buren trouwde. Overal blikken speelgoedrobots, een G.I. Joe vliegtuig en een Stormtrooper in een hangplant. Een elektrische gitaar aan de wand. En dat is niet alleen dankzij het huis, maar zeker ook dankzij de bewoners. We zien ze veel te weinig, maar als we ze zien is er veel te delen en oprecht fijn elkaar weer te zien. In één woord: fijn. Nog een woord dat van toepassing is: warm. Een klein kacheltje doet zijn uiterste best, de muziek en het gezelschap doen de rest. Madeleine Peyroud, Lana del Rey’s Once upon a dream, om maar een paar voorbeelden te noemen. Het eerste biertje wordt aangebroken en verhalen volgen. Bijpraten over bekende zaken en onbekende, nieuwe verhalen delen.

De kaasfondue en geblancheerde versnaperingen vinden zich een weg van de knusse keuken naar de eettafel. Overal kaarsen, waarvan zelfs de meest baldadige na een vermanende blik blijft staan. Wat hebben we heerlijk gegeten. En als onze monden niet snoepten, dan werden verhalen gedeeld. Tijdens het eten merken we dat we nog niet als bezoeker maar vooral als onderdeel van Buren bij kaarslicht worden bekeken. Bezoekers kijken van buiten in een kijkdoos, waar wij zitten te genieten. Inmiddels klinken klanken van een koor, ondersteund door het minder koude drumstel zich een weg naar onze oren. Af en toe de deur open, om muziek en kou binnen te laten.

Bezoekers weten de voordeur te vinden en worden welkom geheten. Zoete inval. Een kleine bezoeker mag een hoognodig plasje doen, waarbij moeder toch even mag helpen. Even later worden twee familieleden welkom geheten die de warmte opzoeken. We laten hen – na enig aandringen – achter, om zelf de kou in te gaan. Het is hoog tijd onze rol van bezoeker op ons te nemen, weliswaar onder plezierige begeleiding van onze lokale gids.

Een buurjongetje staat op de stoep, juist als we de straat opgaan. Of hij mee mag lopen. Heeft hij het gevraagd, of loopt hij gewoon mee? De eerste tijd volledig in beslag genomen door zijn computerspelletje, of beter gezegd, dat van zijn broertje. Vermoedelijk gelden wij vooral als excuus om rustig te kunnen gamen.

Onze gids begeleidt ons inmiddels door een smal straatje waar gitaren en zang boven de kou uitkomen. Onmogelijk niet mee te zingen, maar met mijn zangkwaliteiten hou ik het toch bij een melodisch neuriën. Nog even bij bekenden langs, een handje geschud en door. Even verder wordt binnen Spaans gespeeld en gezongen. Buiten overal lichtjes. Het stadje neemt een aantal stappen terug in de tijd en laat haar mooiste kant zien. Een schuur staat verwelkomend open en is goed gevuld, een harmonie brengt warmte en kippenvel. Geweldig. Een Limburgs hart moet een extra huppeltje gemaakt hebben bij zoveel finesse uit blaasinstrumenten in deze omlijsting. Ik had er uren kunnen staan, maar aan alle goede dingen komt een eind.

Het buurjongetje is inmiddels geruisloos met zijn spelletje gestopt… zou de accu leeg zijn geraakt? Ik wil geloven dat hij het veel leuker vond om te praten, te kijken en te dansen. Zonder gêne zijn dansje doen op een kerstnummer. Een opvallende mix tussen zijn protestantse opvoeding en nieuwsgierige karakter. De J is van Jezus, de F is van Fortnite.

Over de stadswal geraken we buiten de muren, nog een blazersensemble en we gaan door de poort weer richting kerk. Maar niet om terug naar huis te gaan… op naar De Prins van Oranje! In de relatieve warmte van deze molen, beklimmen we de trappen en genieten van het uitzicht. Vol ontzag voor de machtige wieken die toch wel erg dichtbij hun best doen. Terug naar beneden, waar Gluhwijn wacht, evenals een de verrassend jonge molenaar die een minstens zo verrassende connectie met één van ons heeft.
Naar buiten, om de molen heen, een blik op het Koninklijk Weeshuis, nu Marechausseemuseum. In het laatste steegje voor thuis, komen we de bezorgde moeder van onze dansende belhamel tegen. Hij had ons niet verteld dat hij ieder half uur even naar huis moest bellen. Moeder in paniek, maar nu zielsgelukkig. Opvallend, veel moeders zouden boos zijn, maar zo niet deze moeder. Of we nog even in de kerk aan vader gingen melden dat hij terecht is.

In de kerk worden we welkom geheten door de beste man en maken een stukje samenzang mee. Zonder te oordelen, valt mij op dat veel van de teksten niet te vergelijken zijn met die uit de katholieke kerk, alweer wat geleerd. De familieleden die nog aan de andere kant van het pleintje in huis zitten, worden op de hoogte gebracht en komen hun oren ook te luisteren leggen. Waarna blijkt dat er alweer nieuw bezoek is gearriveerd. Het pleintje wordt overgestoken waar een volle en warme woonkamer wacht.

Dapperen nemen even plaats voor de kachel, maar de laatste verdrijft iedere bikkel. Twee teckels weten schalks iedereen te verleiden. Nieuwe verhalen worden gedeeld. Er blijken gemeenschappelijke kennissen te zijn, zoals zo vaak als je met elkaar in gesprek gaat. Na een paar biertjes en een whisky besluit het gezelschap dan toch naar huis te gaan. Wij blijven nog even nabuurten. Muziek wordt gedeeld, nog een heerlijk biertje en een whisky later besluiten ook wij dan huiswaarts te gaan. Tot onze verrassing is buiten alles opgeruimd en wordt het stadje bedekt met een magisch wit laken. In een sprookjesachtige setting lopen we naar de auto, onze wagen volgeladen vol met mooie herinneringen.

Gepost in de categorieën: Alles.

Geef een reactie