In een land hier ver vandaan

En ze leefden nog lang en gelukkig. Als we vertellen dat we in Kaatsheuvel wonen, volgt steevast de reactie… “Ooh De Efteling!” Als ik vervolgens laat vallen dat mijn vriendin en ik elkaar daar ontmoet hebben, ligt de bekende openingszin van een sprookje op de loer. Ik ben een groot fan van “ons” park, met name van het bos, waar sprookjes tot leven komen. Fascinerend hoe deze verhalen tot de verbeelding blijven spreken. Ik heb zelf ooit een poging ondernomen om zelf een sprookje te schrijven. Hierbij heb ik gemerkt hoe lastig het is om niet te truttig of belerend over te komen. Mijn poging mag nog niet eens in de schaduw staan van de sprookjesschrijvers die ik hieronder onder jullie aandacht breng.

In de 19de eeuw, schreef de Deen Hans Christian Andersen zelf sprookjes, maar hervertelde er ook een aantal. Deze werden voor het eerst gepubliceerd in 1835 onder de titel Eventyr, fortalt for Børn (Sprookjes, aan kinderen verteld). Hij schreef zogenaamde cultuursprookjes, deze bevatten ironie en dubbele betekenissen, voor een iets ouder publiek. Van zijn hand worden in de Efteling onder andere verbeeld: De nieuwe kleren van de keizer, De Chinese nachtegaal, De rode schoentjes en het in mijn waterige ogen erg ontroerende Het meisje met de zwavelstokjes. Zelf heb ik nog mooiere herinneringen aan De standvastige tinnen soldaat. De vertelling hiervan stond op het cassettebandje van Lekturama’s Luistersprookjes en vertellingen. Ik kan de stem van voorlezer Frans van Dusschoten horen terwijl ik dit tik en pink nog een traantje weg.

De Duitse broers Jacob en Wilhelm Grimm verzamelden in dezelfde eeuw volksverhalen. Hierbij gaat het vooral om de mondeling doorgegeven sprookjes. Uit alle streken van Duitsland, maar vooral Hesse en Westfalen deelden mensen hun verhalen, waarna Grimm ze opschreven en later ook bewerkten. De sprookjes in hun Kinder- und Hausmärchen (1812-1822) zijn daarin genummerd voorafgaand door KMG. Voor de liefhebbers van bingo, nummers 1, 5, 12, 15, 21, 24 en 26 komen we in De Efteling tegen. Hierbij zijn de sprookjes in de loop der jaren veel kindvriendelijker geworden en is de moraal soms uit het oog verloren. Zo niet bij nummer 19 Van de visser en zijn vrouw… over hoogmoed en gulzigheid. Van alle tijden.

Veel sprookjesboeken zijn rijkelijk geïllustreerd. Er staat een Grimmige verzameling van hun sprookjes met tekeningen door Anton Pieck in onze boekenkast. Hierbij heeft de tekenaar de verhalen van tekeningen voorzien. Daarnaast leunt Anton Pieck’s Sprookjesboek uit 1980. Een aantal van zijn tot dan toe nooit gepubliceerde tekeningen staan hierin centraal. Nederlandse schrijvers hebben zich laten inspireren en nieuwe sprookjes geschreven. De tekeningen zijn van verhalen voorzien. Veelzijdig, verrassend en origineel.

Van de Dickensiaanse tekenstijl van Anton Peck is het een kleine stap naar Dickens kenner Godfried Bomans. Zijn Groot sprookjes- en verhalenboek kan ik van harte aanbevelen, alhoewel er meerdere verzamelingen zijn uitgebracht. Deze sprookjes zijn minder geschikt voor jonge kinderen. Geheel in zijn stijl, vol ironie, dubbele bodems en humoristische woordspelerij is het puur leesgenot voor volwassenen. Uit zijn mond viel ooit op te tekenen: Alle sprookjes hebben dit met elkaar gemeen, dat zij zich bezighouden met het verlangen en niet met de vervulling.

De Bredaase Naomi Jansen heeft een verlangen vervuld door het boek Bredase volksverhalen te schrijven en in eigen beheer uit te brengen. Erg benieuwd! Razendsnel uitverkocht en de tweede druk is in de verkoop gegaan. De docente Nederlands heeft een aantal verhalen uit haar stad herschreven, van illustraties en historische context voorzien. In de traditie van de eerder genoemde schrijvers heeft ze de ene keer een sprookje een modern jasje aangemeten, en loopt het andere sprookje nog in het oorspronkelijke tuniek rond. Inmiddels is ze begonnen aan een boek met Brabantse volksverhalen. Zou er een sprookje van onze bodem in terecht komen? Nog erger benieuwd, dat boek gaat niet in de boekenkast ontbreken!

Met zevenmijlslaarzen nog wat namen. Giambattista Basile en Charles Perrault mogen niet ontbreken in dit tekstje, Carlo Collodi en Louis Paul Boon evenmin, om verschillende redenen. Paul van Loon, Laurentien van Oranje en De Efteling raken in De Sprookjessprokkelaar wat mij betreft de kern van sprookjes (zoek online het bijbehorende filmpje maar eens op). En de lijst is niet compleet zonder De vertellingen van Duizend-en-een-nacht. Maar dit is het weer voor vandaag. Ik ga naar grootmoeder koekjes brengen in het bos. En dan met haar naar een GGD vaccinatielocatie. Bijna dan. Dit stukje begon al met lang en gelukkig leven. Ben ik wel van plan. En niet alleen. Daarom eindig ik waar het begon. Er was eens… een draak en die ontmoette in een sprookjesbos zijn heks.

Write a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *