Straetse en Vaertse verhalen

In de achtertuin aangekomen. Daar waar sommige verstopte paaseieren nooit zijn teruggevonden. Tot niet-zo-heel-lang-geleden werden ook bij ons paaseieren verstopt. Ons pa en ma lol bij de geestdrift bij het zoeken. Ik had minstens zoveel lol als ze twijfelden of alle eieren nu wel of niet gevonden waren. En om dan veel later nog verstopte eieren te vinden. Eieren na Pasen. De zoektocht naar boeken over onze gemeente was een eitje. Veel moois in de boekenkast gevonden dat ik graag op deze manier met jullie deel. Wederom teveel, dus kan niet bij alle boeken even lang stilstaan.

Eduard Steenbergen schreef “Gehecht aan Kaatsheuvel in beeld en schrift” en “Kaatsheuvel 1890-1950 een tijdsbeeld bescheven”. Dè boeken die niet mogen ontbreken, maar niet meer te krijgen zijn. Of je moet heel veel geluk hebben. Heel veel foto’s, van commentaar voorzien met handgeschreven notities. Dit maakt het extra persoonlijk. Het is een “Loon op Zand en Kaatsheuvel in oude ansichten”, maar dan zoveel meer. Dit laatste boekje is een compacter alternatief dat iets makkelijker tweedehands te verkrijgen is.

Krèk wè ‘k wo en nou hèkkèt. Oe-toch is een ode aan het lillukste dialect dat er is, geschreven door André van Riel. Tilburgs 2.0. Het taaltje dat je op leugenbenkskes hoort, gewoon op straat of vroeger op een piratenzender. Es we nou mar ies wiesse wes ze won. Hetzelfde dialect dat je best ver brengt als je in Denemarken bent. Onze platte proat klinkt daar best goed in de oren.

Onze geschiedenis wordt fraai belicht in de boeken “De heerlijkheid Venloon” door Pieter A. van Beers en “Kaatsheuvel” door Kees Grootswagers. Over hoe het begon en wat er niet meer is. Hoe historie zich soms herhaald. De Straetse en Vaertse twisten… wel gekakel, maar geen eieren. En de ware liefhebbers vinden hun toevlucht natuurlijk in één van de heemkundekringen met hun periodieken. Zo valt hier het Aaw nieuws in de bus. Altijd weer heerlijk bladeren. Het boekje “De Canon Loon op Zand” ontbreekt helaas in de collectie, maar die kom ik nog wel een keer tegen.

Een tweetal werken over “onze” speeltuin De Efteling mogen ook niet ontbreken. Persoonlijke favoriet is wel “De Efteling Kroniek van een Sprookje” uit 2004 door Henk vanden Diepstraten. De tot dan toe vijftigjare geschiedenis wordt verhaald in een fraaie grote uitvoering. In 2012 verscheen vervolgens “Zijn we d’r al”, met 10 jaar extra geschiedenis. In dit boek bevinden zich bovendien een aantal cadeautjes, zoals losse foto’s, stickers en ansichtkaarten. Een feest van herkenning, terug naar de woensdagmiddagen in Dunefteling.

En verder liggen de verhalen sinds kort op straat. Letterlijk. Het is hoog tijd dat ik de attentiestenen in onze gemeente eens ga bewandelen. Tot dusver zocht ik mijn heil in Plantloon om mensen iets van onze geschiedenis te laten proeven. Over het water dat vanuit onverwachte hoeken kwam, over een wiel en een galg, over het drogen van het hoogveen, over de turfvaart… Maar ik kan me inmiddels ook binnen de dropskernen begeven. Op zoek naar dat laatste beetje geschiedenis dat te zien is. Met fijngeknepen ogen als het ware het oude raadhuis zien staan…

Maar gelukkig is niet alles verloren. De paaseieren werden altijd weer gevonden. In bovenstaande verhalen vindt je veel terug. Mijn hart maakte vervolgens een sprongetje toen ik hoorde dat de oude verhalen nog altijd door worden gegeven. De zoektocht naar sprookjes uit onze gemeente, waar ik het weken geleden over heb gehad, heeft me inmiddels bij Marja van Trier gebracht. Als de wereld weer wat tot rust gekomen is ga ik daar een keer op un bakske. Want verhalen horen verteld en overgeleverd te worden.

Tot slot. Het ei is gelegd. Na volgende week geen wekelijkse boekentips meer. Ongetwijfeld val ik jullie in de toekomst incidenteel lastig met tips. Of kom langs bij onze ruilbieb, dan delen we de tips over en weer. Volgende week nog wat assorti tips die niet in één categorie vallen. De uitsmijters.

Write a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *